In dit artikel wordt beschreven hoe het versturen van ISPnext e-mails via een eigen Microsoft 365 Outlook account wordt ingesteld. Hiervoor wordt in Microsoft Entra (voorheen Azure AD) een applicatie aangemaakt, waarna ISPnext wordt ingesteld om die applicatie te gebruiken.
Deze configuratie moet in samenwerking met de interne IT-afdeling worden uitgevoerd. ISPnext kan niet helpen bij het invullen van deze velden of bij het achterhalen van de benodigde waarden.
Een applicatie aanmaken in Microsoft Entra
Om ISPnext e-mails te laten versturen met een gebruikers- of serviceaccount, is een Microsoft Entra applicatie met de juiste permissies nodig.
Een nieuwe app-registratie aanmaken
- Ga naar het Microsoft 365 Admin Center (https://admin.microsoft.com/) en navigeer naar Identity (Microsoft Entra) > App registrations > New registration.
- Vul de velden in:
- Name: Een zelf te kiezen naam.
- Type: Accounts in this organizational directory only (Single tenant)
- Redirect URI: Niet vereist.
- Klik op Register.
De applicatiepermissies instellen
Navigeer vanaf de detailpagina van de applicatie naar:
- API permissions > Add a permission
- Microsoft Graph > Application permissions > Mail.Send, en klik op Add permissions.
- Staat in de statuskolom "Not granted for ...", klik dan op de knop boven de tabel om admin consent te verlenen.
De geconfigureerde permissies zien er als volgt uit:
Een client secret aanmaken en de ID's ophalen
In ISPnext zijn de Tenant ID, de Client ID en een secret nodig. Het secret moet eerst worden aangemaakt.
- Ga vanaf de applicatiedetails naar Certificates & secrets > New client secret.
- Kopieer de waarde van het secret en bewaar deze op een veilige plek.
De waarde van het secret kan maar één keer worden gekopieerd. Na het verlaten van de pagina kan deze niet meer worden bekeken en moet een nieuw secret worden aangemaakt.
Kopieer daarna de Application (client) ID en de Tenant ID van de applicatie. Beide zijn te vinden op de detailpagina van de applicatie.
ISPnext configureren
- Ga in ISPnext naar Admin > General Settings > tab: Mail Settings.
- Kies Microsoft 365 als extern mailtype.
- Vul de benodigde velden in:
- Tenant ID
- Application Client ID
- Application Secret - Het secret wordt opgeslagen na het invullen, maar kan om veiligheidsredenen niet meer worden teruggelezen.
- 'From' address - Het e-mailadres waarvan de e-mails worden verstuurd.
- Gebruik de knop Send test email om de instellingen te testen.
- Is de test geslaagd, neem dan via een ticket contact op met ISPnext Support om het vinkje Microsoft 365 Enabled aan te zetten.
Is het secret niet meer geldig, vul dan het nieuwe secret in bij het veld Application Secret om de configuratie bij te werken.
Onder de instellingen uit de afbeelding staat ook het alleen-lezen veld ISPnext e-mailadres. Dit is een ander adres: het is een vaste ISPnext-mailbox voor inkomende mail, NIET voor uitgaande mail. Dit veld hoeft niet te worden ingesteld, want dat wordt door ISPnext gedaan.